Vlaamse Beroepsvereniging van Diëtisten

Persbericht | Maggie De Block | Begroting gezondheidszorg 2019

Vorige week heeft - in de commissie Volksgezondheid - Maggie De Block geantwoord op vragen over de terugbetaling van de diëtist in de behandeling van obesitas bij kinderen.

Mondelinge vraag aan minister De Block: Terugbetaling diëtist bij obesitas bij kinderen

Door Yoleen Van Camp

Yoleen Van Camp: Mevrouw de minister, recent werd met de RIZIV-begroting beslist om een bedrag van 5 miljoen euro vrij te maken voor de terugbetaling van diëtist bij kinderen met obesitas, op verwijzing van de huisarts. We zijn blij dat er gevolg wordt gegeven aan onze jarenlange vraag om hier werk van te maken. Ook bij volwassenen is obesitas bij onze bevolking een groot probleem: 1 op de 2 is te dik. 

  1. Vanaf wanneer geldt de terugbetaling van de diëtist bij obesitas bij kinderen en onder welke voorwaarden? Wat is het remgeld voor mensen met en zonder verhoogde tegemoetkoming? 
  2. Worden er parameters geregistreerd om op te volgen of en welke effecten de 6 sessies hebben? Wie volgt wat precies op om toe te kijken op dit beleid?
  3. Plant u in de toekomst ook de terugbetaling van de diëtist bij obesitas bij volwassenen? 
  4. Een veelvoorkomende oorzaak van obesitas is vaak psychologisch en obesitas vraagt in veel gevallen naast diëtetiek ook mentale begeleiding. Onze vraag was om naast diëtist ook psycholoog terug te betalen bij obesitas. Plant u dat ook in de toekomst?

Minister Maggie De Block: Mevrouw de voorzitter, mevrouw Van Camp, de beslissing om 5 miljoen per jaar te investeren voor kinderen voor de aanpak van obesitas heb ik zelf genomen op basis van vaststellingen in het epidemiologisch onderzoek, zoals voedselconsumptiepeilingen en andere wetenschappelijke studies. Het stond reeds lang op mijn verlanglijst, maar ik heb moeten wachten tot ik een klein bijkomend budget ter beschikking kon krijgen. Ik heb ook geen vraag gehad vanuit uw partij om daarvoor een budget uit te trekken in het kader van de begroting. Ik heb daarvoor meermaals zelf moeten vechten.

Ik dank u wel voor de ondersteuning van deze beleidsmaatregel. En ik ben mij zeer bewust van de omvang van de problematiek van obesitas bij kinderen. Het gaat inderdaad om dieet­verstrekkingen bij de diëtist na doorverwijzing door de huisarts. De huisarts volgt het kind op en weet als geen ander wanneer de curve wijzigt. Hij wordt echter ook door het CLB verwittigd.

Er werd prioritair voor gekozen om die terugbetaling voor kinderen te regelen, omdat als wij de kinderen aanpakken, wij minder kans hebben dat zij op volwassen leeftijd met obesitas geconfronteerd worden. Wij weten dat de aanpak voor de puberteit het meeste loont.

De kinderen en hun ouders zullen zich kunnen wenden tot een diëtist. Deze zorg zal ook terugbetaald worden. Het doel van deze wijziging is om de financiële drempel, maar ook de andere drempels, voor een bezoek aan een diëtist weg te werken.

Ik heb ook gezegd dat wij deze maatregel in overleg met de diëtisten en het werkveld zouden ontwikkelen. Er zijn dus al verschillende gesprekken geweest in mijn beleidscel met de verenigingen van diëtisten en het werkveld. Hierbij werden de modaliteiten en voorwaarden voor een terugbetaling besproken, teneinde zoveel mogelijk van de bijna 78 000 kinderen die nu met obesitas leven, te kunnen helpen.

Parallel wordt de procedure om de regelgeving te realiseren ook afgewerkt. Wij zullen die de komende maanden kunnen implementeren. Via een permanente audit zal deze nieuwe maatregel, die structureel is, ook door het RIZIV kunnen worden opgevolgd en bijgestuurd wanneer dat nodig zou blijken.

U legt terecht de link met de psychologische begeleiding binnen een multidisciplinaire aanpak. Een geïntegreerde aanpak is het beste. Daar hebben wij al ervaring mee. Dat kwam ook tijdens het overleg met de sector duidelijk aan bod. Ik heb aan het College van artsen-directeurs ook de vraag gesteld om de multidisciplinaire aanpak ook in de tweedelijnszorg verder te onderzoeken binnen de gekende budgettaire context.

Voor psychologische hulp aan kinderen is momenteel enkel in een terugbetaling voorzien in de residentiële zorg. Daar zijn in België drie centra mee bezig: het Zeepreventorium in De Haan, dat het bekendste en grootste is, Clairs Vallons in Ottignies en Porignot in Biez.

Bij de resultaten van de opgevolgde kinderen zagen wij een goede gewichtsreductie, maar na een jaar zat een grote groep terug op het punt van het begin van hun opname. Dat bewijst dat de opvolging en de psychologische ondersteuning, waar de kinderen naar eigen zeggen veel aan hebben, nadien ambulant zou moeten blijven gebeuren. Vandaar mijn vraag om de multidisciplinaire aanpak verder te onderzoeken.

Met betrekking tot de eerstelijnszorg heb ik in deze legislatuur de terugbetaling van de psychologische zorg georganiseerd. We hebben dat voorlopig, gelet op de budgettaire beperkingen, toegespitst op drie grote doelgroepen. Ik sluit niet uit dat kinderen met een bredere problematiek daaraan in de toekomst kunnen worden toegevoegd. Ik denk dan aan obesitas. Het is niet altijd geassocieerd, maar er zijn associaties die een psychologische ambulante begeleiding nodig kunnen hebben. Dat zou veel miserie kunnen voorkomen.

Nu kunnen ze daar pas terecht als ze in een residentiële setting zitten. Het is voor hen niet evident om een jaar uit de thuisomgeving te verdwijnen en heel hun leefwereld omver te gooien. Een ambulante aanpak, dicht bij huis met de nodige kennis, multidisciplinair, lijkt mij beter.

Sommige mutualiteiten betalen in hun aanvullende verzekering al een aantal sessies terug, andere niet. Ik denk dat wij hierin achteroplopen.

Yoleen Van Camp: Ik ben het er helemaal mee eens dat een ambulante, multidisciplinaire aanpak op lange termijn echt nodig is voor die problematiek. Obesitas zorgt elk jaar voor 1 miljard euro aan meerkosten, maar vormt ook een ernstige bedreiging voor het welzijn van mensen, wat nog erger is. Ik ben blij dat wij nu weer een stap zetten in de richting van de behandeling ervan en dat wij die weg verder blijven bewandelen.